Boudewijn de Groot - Ballade van de onsterfelijkheid
Tekst: Lennaert Nijgh / Muziek: Boudewijn de Groot
(2004)






Over vijfentwintig jaar zal iedereen het zingen
Het lied van ouwe mensen en voorbijgegane dingen
Ook al zijn we dan vergeten
Wat we doen en hoe we heten
Of we halen wát we weten
Af en toe wat door elkaar



De toekomst was een zee, een blauwe zee van tijd
Maar ‘later als je groot bent’
Wordt ‘later als je dood bent’
Dan komt de dag van gisteren en ben je morgen kwijt



En langzaam schuif je op naar een plaatsje bij het raam
Daar mag je dan gaan zitten
Beetje praten, beetje pitten
Totdat de hemel open gaat en dan roepen ze je naam



Oh, de zomer van het jaar dat wij elkaar ontmoetten
De zomer van het lange gras en van de blote voeten
Is het echt zo lang geleden
Dat we jong en ontevreden
Op een dag het zomaar deden
Voor het eerst en met elkaar



Adieu, vaarwel, tot ziens, het afscheid doet me pijn
Want afscheid duurt niet even
Het duurt je hele leven
Totdat de dag van gisteren voorgoed voorbij zal zijn



Over vijfentwintig jaar zal iedereen het horen
Het lied van ‘vóór de oorlog’ en ‘toen was jij nog niet geboren’
Het leven is bederfelijk
En doodgaan blijkbaar erfelijk
Maar al zijn we niet onsterfelijk
We zijn nog bij elkaar



Wat blijft is de herinnering
De liefde die niet overging
De eeuwige betovering
Van de onsterfelijkheid









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’00                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home