Jules de Corte - De schommel
Tekst en muziek: Jules de Corte
(1956)






We hadden in vroegere jaren thuis
In het schamele tuintje achter ons huis
Een schommeltje hangen van rafeltouw
Schommele, schommele douw



Het was maar een doodgewoon speelgoedding
Dat tussen twee knoestige palen hing
Maar kinderen nemen het niet zo nauw
Schommele, schommele douw



En vader beval
Ter voorkoming van ruzies en rellen
Nou allemaal eerlijk om beurt
Ieder tweehonderd tellen
Eén, twee, drie, vier, wat een plezier



Mijn moeder die droevige liedjes zong
Van een jongen die vader zijn geld afdwong
Van een man die niet meer naar de kerk toe wou
Schommele, schommele douw



Dan kende mijn vader geen enkele rem
En bromde vol weemoed de tweede stem
En dan wist ik precies waar ik huilen zou
Schommele, schommele douw



Of ik hoorde de buurvrouw
Die achter het hek stond te fluisteren
Dan spitste ik mijn oren
Om het hele verhaal te beluisteren
Over één, twee, drie, vier en nog een heleboel meer mensen



Ik schommelde tegen de klippen op
Genoot van de zon en van katjesdrop
En ik pakte soms deinend een lichte kou
Schommele, schommele douw



Ik denk dat u ’t verder verhaal wel snapt
De schommel is zomaar eens afgeknapt
En nooit meer gemaakt, bij gebrek aan touw
Schommele, schommele douw



Ik ben nou al een heel eind
Ver af van mijn schommelse jaren
Maar toch zal ik steeds sympathie
Voor de schommel bewaren
Want dat kost niks
Eén, twee, drie, vier en nou is het uit









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’50                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home