Jules de Corte - De vogels
Tekst en muziek: Jules de Corte
(1955)






De vogels



De vogels zouwe na heel lang kniezen
En eindeloos praten een koning kiezen
Een koning die met gezag en ere
Het vogelvolkje kon regeren
De grote vijf van zessen klaar
Verkozen koning adelaar
Omdat diens geest als spiegelglas
Zo helder en geslepen was



“Da’s knus”, zei de mus
“Da’s wijs”, zei de sijs
“Da’s flink”, zei de vink
“Da’s braaf”, zei de raaf
“Da’s deut”, zei de kneut
“Hè, echt”, zei de specht
“Heel fraai”, zei de kraai
“Ik fuif”, zei de duif
“Ik dans”, zei de gans
“Dat ken”, zei de hen



Zo vonden ze allemaal hun nieuwe koning ferm en fiks
Alleen de ijsvogel en de rijstvogel
En de kraanvogel en de struisvogel zeien niks



De vorst, eenmaal op zijn troon gezeten
Wou alles over de vogels weten
Hij werd, behalve licht reumatisch
Ook meer dan gruwelijk autocratisch
Hij bemoeide zich met dit en dat
Geen vogel die nog vrijheid had
Hij verzwaarde tot elks ongeluk
Wel zesmaal de belasingdruk



“Da’s flauw”, zei de pauw
“Da’s nep”, zei de snep
“Da’s vuil”, zei de uil
“Da’s haai”, zei de gaai
“Da’s bruut”, zei de fuut
“’t Is pulp”, zei de wulp
“De ploert” zei de woerd
“Die zal ’k”, zei de valk
“Verslaan”, zei de haan
“Dat ken”, zei de hen



Zo zetten ze allemaal de puntjes danig op de x
Alleen de ijsvogel en de rijstvogel
En de kraanvogel en de struisvogel zeien niks



Ze kwamen allen tot één conclusie
Wat wij behoeven is revolutie
En wie het zou winnen was glad om het even
Want zo kon niemand meer verder leven
Dus zetten ze eerst hun koning af
En gaven hem toen een flinke straf
Daarna besliste groot en klein
De zwaan zou voortaan koning zijn



“Da’s knus”, zei de mus
“Da’s wijs”, zei de sijs
“Da’s flink”, zei de vink
“Da’s braaf”, zei de raaf
“Da’s deut”, zei de kneut
“Hè, echt”, zei de specht
“Heel fraai”, zei de kraai
“Ik fuif”, zei de duif
“Ik dans”, zei de gans
“Dat ken”, zei de hen



Zo vonden ze allemaal ook deze koning ferm en fiks
Alleen lokvogel en de spotvogel
En de pechvogel en de stropvogel
En de hiervogel en de daarvogel
En de kraanvogel en de ijsvogel
En de rijstvogel en de paradijsvogel
En de kanarievogel die zeien niks



En waarom zeien die niks
Die zaten al in ’t parlement









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’50                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home