Jules de Corte - Juultje van Pingelen
Tekst en muziek: Jules de Corte
(1958)






Daar was ’r eens een jonge varkenshoeder
Die woonde bij zijn vader en zijn moeder
In een huizeke, verscholen tussen het groen-papa
Groen-papa
Groen



Zijn lengte was een dikke meter tachtig
Zijn spieren waren lenig, vlug en krachtig
En hij heette in de wandeling Jeroen-papa
Jeroen-papa
Jeroen



Hij voelde zich gelukkig tot en met
En kende geen bijzonder zware zorgen
Des avonds ging hij welgemoed naar bed
En sliep tot aan het licht der nieuwe morgen
Maar op een zekere dag stond er een meisje voor zijn raam
Hij wist niet hoe het kwam, maar hij vroeg zomaar naar haar naam
Toen was het hem als hoorde hij klokjes klingelen
Want ze heette Juultje, want ze heette Juultje
Want ze heette Juultje van Pingelen



Onmiddellijk was de jonge varkenshoeder
Gevangen in de parfum van haar poeder
En zijn hartje gaf ’m danig van katoen-papa
Katoen-papa
Katoen



Hij sprak: “O, lieve Juultje mijner dromen
Wat heerlijk dat je tot me bent gekomen”
En toen gaf hij haar een klaterende zoen-papa
Een zoen-papa
Een zoen



Maar, net op dat moment verscheen papa
Die dadelijk ontstak in wilde woede
Die brulde tot zijn zoonlief: “Olala
Inplaats dat jij de varkens loopt te hoeden
Sta jij je te vermeien met een meisje voor het raam
Ik kan je niet vertellen hoe diepzinnig ik me schaam
Ik moest je voor het leven de Sing Sing in singelen
Samen met je Juultje, samen met je Juultje
Samen met je Juultje van Pingelen”



Gelukkig voor de jonge varkenshoeder
Verscheen nog net op tijd zijn lieve moeder
En die deed wat lieve moeders altijd doen-papa
Ze doen-papa
Ze doen



Ze zei tot pa: “Hou jij nou je gemakje
Dan zet ik gauw een lekker pittig bakje
En een koppie chocolade voor Jeroen-papa
Jeroen-papa
Jeroen”



En hiermee neemt dit wonderschoon verhaal
Gelukkig weer een wonderschone wending
Want wat is van dit liedje de moraal
Die is er niet, alleen een happy ending
Want nou bezit Jeroen al sinds een jaar een eigen huis
Des morgens hoedt hij varkens en des avonds zit hij thuis
En ziet hij dan de rook uit zijn tabakspijp kringelen
Lacht hij naar zijn Juultje, lacht hij naar zijn Juultje
Lacht hij naar zijn Juultje van Pingelen
Tussen de buien door









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’50                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home