Jules de Corte - Toen ik nog klein was
Tekst en muziek: Jules de Corte
(1957)






Toen ik nog klein was, had ik een hele lieve tante
Zo echt een dame van het ouderwetse slag
Die je liet rommelen met stapels oude kranten
En met ome Marius zijn afgedragen wanten
En die niet elke kleine kinderzonde zag



’t Was voor mijn broertjes en mijn zusjes
En voor mij een waar festijn
Als we van tijd tot tijd een hele dag
Bij tante mochten zijn
En dan riep ze ons bij elkaar
En dan zongen we met haar



Lieve kinderen, hi hi
Lieve kinderen, ha ha
Lieve kinderen, hier is hi
Lieve kinderen, daar is ha
En ze zeggen dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman



Maar na verloop van zo een twaalf, dertien jaren
Toen werd ik zachtjes aan een heel klein beetje groot
Toen dacht ik, tante is toch feitelijk maar een rare
Zo doodgewoon, met zonder krullen in d’r haren
En dat ze altijd zoent, vind ik domweg idioot



Ik vond het flauw met haar te praten
Over school en over thuis
Ik kreeg een hekel aan d’r planten
Aan d’r poes en heel d’r huis
En ik werd soms bijna honds
Als ze zingen wou met ons



Lieve kinderen, hi hi
Lieve kinderen, ha ha
Lieve kinderen, hier is hi
Lieve kinderen, daar is ha
En ze zeggen dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman



Er is sindsdien alweer een hele tijd verstreken
Nu ben ik een man en tussenbeien zelfs ‘meneer’
Ik heb mijn eigen kleine zorgen en gebreken
Om van de grotere maar liever niet te spreken
En wilde haren heb ik ook zoveel niet meer



Als ik dan nu denk aan mijn tante
Zeg ik in stilte tegen haar
Nu ik dan zelf een gezin heb
Sedert enig, menig jaar
Neem ik mijn dochter en mijn zoon
En zing op vaderlijke toon



Lieve kinderen, hi hi
Lieve kinderen, ha ha
Lieve kinderen, hier is hi
Lieve kinderen, niet in je neus peuteren
En ze zeggen dat ik niet dansen kan
Maar ik kan dansen als een edelman









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’50                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home