Wim Sonneveld - Een cent
Tekst en muziek: Hubert Janssen alias Jean Senn
(1954)






Een cent, een cent, een cent, een cent
Wat waren we rijk met een cent
Met die cent in je hand kon je urenlang lopen
Je kon maar niet kiezen wat of je zou kopen
Een spekkie, oh, een polkabrok
Een toverbal of veterdrop
Je voelde je een hele vent
Met een cent, met een cent, met een cent



“Hé Jan, wil jij van mijn zoethout proeven?”
“Ja, maar dan moet ik jouw toverbal”
“Gelijk oversteken, daar gaat ie”
“Hap”, zei die
“Lekker joh”
“Hij’s nog niet groen, effe wachten”
“Ja, hij’s groen”
“Gelijk oversteken”
“Hap”



“Meneer, geef u mij dat spekkie van een halfie daar
Nee meneer, die dikke
En daar achter weer, meneer, die dikke
Ja, en daar onder, die hele dikke”



Ik zou willen gaan
Achter kinderen aan
Door een nauwe, bochtige straat
Waar een winkeltje kwijnt
Waar de lamp zuinig schijnt
Waar de snoep onder glasplaten staat



Ik zou willen staan
Met mijn neus tegen het raam
Met een warme cent in mijn hand
Om te zien of vooraan
Nog de gomballen staan
En de wijnballenfles aan de kant



Zoiets kun je niet meer doen
Voor je goeie fatsoen
En wat zegt ons zoethout van een cent
Je zou als een vreemde in ’t winkeltje staan
Die teleurgesteld alles herkent



Een cent, een cent, een cent, een cent



Een cent, een cent, een cent, een cent
Ik ben, wat je noemt, nu een vent
En geluk kan ik nu voor een cent niet meer kopen
Voor mij is die snoepwinkel toch niet meer open
En heb je, zoals ik, geen cent
Omdat je niet zo uitgekookt bent
Dan zeggen ze: “Die stomme vent”
Ga toch weg, ach die vent heeft geen cent
Ga toch weg, ach die vent heeft geen cent



Ga toch weg
Die vent, ahah
Geen cent









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’50                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home