De Bibits - Jij en ik in een bootje
(1962)






Jij en ik in een bootje
Jij en ik in een bootje
In een gezellig slootje
Niemand om ons heen
Jij en ik alleen
Alleen, alleen, heel alleen



Ik roeide laatst op een slootje bij een plas
Toen daar een heel aardig meisje was
Zij keek, ik keek
We lachten allebei
Ik riep: “Vaar je mee met mij”
En zij zei



“Jij en ik in een bootje
Jij en ik in een bootje
In een gezellig slootje
Niemand om ons heen
Jij en ik alleen
Alleen, alleen, heel alleen
Heel alleen, alleen”



Ik roeide voort, heel gezellig in de zon
Ik dacht dat zo een idylle begon
Ik keek, zij keek
We lachten allebei
En ik dacht, ze blijft bij mij
Dus zong ik



“Jij en ik in een bootje
Jij en ik in een bootje
In een gezellig slootje
Niemand om ons heen
Jij en ik alleen
Alleen, alleen, heel alleen
Heel alleen, alleen”



Toen zag ’k een man in een mooie speedboot
Wat was die boot toch geweldig groot
Hij keek, zij keek
Hij riep een vriendelijk woord
Daarna sprong zij overboord
En ik was



Heel alleen in mijn bootje
Heel alleen in mijn bootje
In ’t gezellige slootje
Niemand om me heen
Omdat zij verdween
Alleen, alleen, heel alleen
Heel alleen, alleen



Een poosje later ontmoette ik ze weer
De benzine was op, ’t bootje ging niet meer
Zij keek, ik keek
We lachten allebei
En ze kwam terug bij mij
We zongen



“Jij en ik in een bootje
Jij en ik in een bootje
In een gezellig slootje
Niemand om ons heen
Jij en ik alleen
Alleen, alleen, heel alleen
Alleen, alleen, alleen
Alleen, alleen, alleen
Alleen, alleen, alleen”









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home