Boudewijn de Groot - Apocalyps
Tekst: Lennaert Nijgh / Muziek: Boudewijn de Groot
(1966)






Wil je dansen Rosalinde, wil je dansen heel de nacht
Kom mijn liefste, mijn beminde, hierop heb ik lang gewacht
Laat mij jou de liefde leren, laat ons niet meer wachten, want
Morgen moet ik gaan marcheren voor het lieve vaderland
Morgen moet ik gaan marcheren voor het lieve vaderland



Maar ik durf niet te dansen, mijn liefste
De nacht is zo duister en koud
En ik hoor vier ruiters rijden daarbuiten door ’t donkere woud
Ze komen op magere paarden
Ze hebben geen haast en geen tijd
Ach, waarom zijn ze gekomen
Ik wil er mijn liefste niet kwijt



Laat ons lachen Rosalinde, ’t zal er de wind in de schoorsteen zijn
Niemand zal ons beiden vinden, drink de liefde en de wijn
Niemand zal ons beiden deren, vul het glas tot aan de rand
Morgen moet ik gaan marcheren voor het lieve vaderland
Morgen moet ik gaan marcheren voor het lieve vaderland



Maar hoor je die hoeven daarbuiten
Ze rijden over het land
En achter de vier ruiters staan steden en dorpen in brand
Och, kon ik jou toch maar behouden
Bleef jij maar bij mij voor altijd
Maar ik hoor ze nader komen
En ik wil er mijn liefste niet kwijt



Kom mijn kleine Rosalinde, ’t zal er de storm in de bomen zijn
Jij bent immers mijn beminde, klink en drink de rode wijn
Maak je lokken en je kleren los en reik me nu je hand
Morgen moet ik gaan marcheren voor het lieve vaderland
Morgen moet ik gaan marcheren voor het lieve vaderland



Nooit zal ik meer bij jou gaan liggen
De ruiters gaan jou niet voorbij
Ze komen mijn liefste halen, och, kwamen ze ook maar voor mij
Het wordt al dag in het oosten
Mijn liefste, nu is het je tijd
Ik hoor vier ruiters rijden
En ik wil er mijn liefste niet kwijt



Dag mijn kleine Rosalinde, ’k zal aan je denken, dag en nacht
Eenmaal zal ik jou weer vinden, ’k weet dat jij dan op mij wacht
Mocht ik soms niet wederkeren, schenk een ander dan je hand
Nu vaarwel, ik moet marcheren voor het lieve vaderland
Nu vaarwel, ik moet marcheren voor het lieve vaderland



Prinse, God, waarom moet hij sterven
Waarom is de wereld zo wreed
Waarom komen ruiters gereden, vier ruiters met oorlog en leed
Waarom laat u mij van hem houden
Als u ons toch hiermee weer scheidt
Ik moet er een kind van hem dragen
En ik wil er mijn liefste niet kwijt









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home