Boudewijn de Groot - Glazen stilte
Tekst: Lennaert Nijgh / Muziek: Boudewijn de Groot
(1968)






De glazen koepel van de lucht is blauw
Zodat de blauwe zon verschiet
Het droge harde licht is blauw
En ook de parels van de dauw
Hoe lang zal ik hier moeten blijven
Ik kan niet weten wat ik wil
En onder mij verstijven
De glazen golven stil



Er luiden klokken in de blauwe lucht
Van blauwe sparren in het glazen ijs
Kristallen groeien langzaam verder dicht
Een mathematisch vergezicht
En om het glazen hek te sluiten
Komt Fahrenheit al uit zijn kot
Op sleutels van opaalglas fluiten
Van: ‘Nader tot U, mijn God’



Geel is de kleur die ’k nooit vergeet
Hier in de steppe van gegoten glas
Blauw is de vrucht die ’k moeizaam eet
De scherven smaken scherp en wreed
De droge stilte wordt steeds erger
Zodat ik vluchten moet
Want daar achter de glazen bergen
Ligt het land van vlees en bloed









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home