Conny Vandenbos - Het vendel des konings
Tekst en muziek: Albert Santoni en André Pontin / Vertaling: Ernst van Altena
(1966)






Nee, ook als men ’t mij gebiedt
Groet ik het vendel des konings niet
Want zij rukten op met geweld
En de oogst op het veld
Werd verpletterd door een ruiterbend’
Zij hielden huis in ieder huis
Sloegen alles tot gruis
Arresteerden elke vent



Ik heb de mannen zich zien krommen
Onder een geselende zweep
Tot zelfs het gillen ging verstommen
Haast kreeg de dood hen in zijn greep
Nee, ook als men ’t mij gebiedt
Groet ik het vendel des konings niet



Nee, ook als men ’t mij gebiedt
Groet ik het vendel des konings niet
Want voorbij ons dorp, in het veld
Staat de galg opgesteld
Voor de kerels die veroordeeld zijn
Bij het morgengrauwen hangt men daar
De verzopen clochard
Naast de kaperkapitein



Maar ook de man die in woede
Vloekte op de koning van dit land
Daar men bij hem in koelen bloede
Huis, hof en have had verbrand
Nee, ook als men ’t mij gebiedt
Groet ik het vendel des konings niet



Nee, ook als men ’t mij gebiedt
Groet ik het vendel des konings niet
Want hier in ons dorp woont een knaap
Waar ik van droomde in mijn slaap
En aan wie ik al mijn lentes bood
’s Nachts lichtten zij hem van zijn bed
En toen hij zich heeft verzet
Werd mijn lief door hen gedood



Hij werd geworpen van de toren
Ik heb zijn laatste kreet gehoord
Nog vlijmt die schreeuw mij in de oren
Met hem werd ook mijn hart vermoord
Nee, ook als men ’t mij gebiedt
Groet ik het vendel des konings niet
Nee, ook als men ’t mij gebiedt
Groet ik het vendel des konings niet









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home