Leen Jongewaard - Schipbreukeling
Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Harry Bannink
(1967)






Op het onbewoonde eiland in de Stille Oceaan
Daar zitten we al zesentachtig dagen
Het schip waarop we zaten is met man en muis vergaan
Het schip is op de klippen stuk geslagen
Hoi
We zwommen door de golven, we spoelden hier aan wal
En Joost mag weten of het ooit in orde komen zal



Schipbreukeling, schipbreukeling
Wat een mieze, mieze, miezerig bestaan
Schipbreukeling, schipbreukeling
Midden op de oceaan



Daar is een stip aan de horizon
Schip aan de horizon



Zwaaien met je onderbroek, zwaaien met je hemd
O nee, ’t is al weer weg
O jee, ’t is al weer weg
Pech, pech, pech



Op het onbewoonde eiland in de Stille Oceaan
Daar zitten we al maandenlang te turen
En we eten rauwe vissies en we eten een banaan
En zo kan het nog wel veertig jaren duren
Hoi
En we zuigen om de beurte op het velletje van de worst
Een van ons is al waanzinnig, oh, waanzinnig van de dorst



Schipbreukeling, schipbreukeling
Wat een mieze, mieze, miezerig bestaan
Schipbreukeling, schipbreukeling
Midden op de oceaan



Daar is een stip aan de horizon
Vliegtuig aan de horizon



Zwaaien met je onderbroek, zwaaien met je hemd
O nee ’t is al weg weg
O jee, ’t is al weer weg
Pech, pech, pech



Op het onbewoonde eiland is het haast met ons gedaan
We hebben alle hoop al opgegeven
En we kijken nou mekander met betraande oogies aan
Morgen zijn we geen van allen meer in leven
Hoi
Uitgeput en uitgemergeld geven wij elkaar de hand
Wij gaan sterven kameraden op het onbekende strand



Schipbreukeling, schipbreukeling
Wat een mieze, mieze, miezerig bestaan
Schipbreukeling, schipbreukeling
Midden op de oceaan



Daar is geronk aan de horizon
Gezoem aan de horizon



’t Is een helikoptertje, hij heeft ons gezien
We worden opgehesen, eindelijk gered
Eindelijk gered









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home