Jaap Fischer - De monniken
Tekst en muziek: Jaap Fischer
(1961)






Daar woonden twee monniken, Hans en Joop
In een klooster op een heuvel
Ze sleten hun tijd en dat was een hoop
Met sigaren, wijn en gekeuvel



Ze kletsten over Jeruzalem
En loofden de Heer met psalmen
En zo kon je Hans’ eerste en Joops tweede stem
In de omtrek horen galmen



Of ze gingen naar het dorp benee
Om daar de Heer te loven
En dan stemden ze op de KVP
En dan gingen ze weer naar boven



Er klopte daar een meisje aan
Dat hebben ze opgenomen
Want ze misten bij ’t zingen een goeie sopraan
Daar ze zelf niet zo hoog konden komen



Zij waste hun kleren, het witgoed en bont
Zij maakte hen nieuwe sandalen
In het klooster ging de wijnfles rond
En in ’t dorp de roddelverhalen



Het meisje begreep dit en is weggegaan
Na een afscheid met veel tranen
Joop gaf haar een hand, wat hij nooit had gedaan
En Hans, voor de reis, wat bananen



En ’s avonds zongen ze in duet
Een lied dat sneed door je merg en
Het meisje hoorde dat nog net
En antwoordde over de bergen



Maar toen kwam er een man uit het dorp op de fiets
En sprak: “Zo kunnen we ’t niet laten
Dat meisje moet terug, anders hebben we niets
Hier beneden om over te praten”





En nu zingen ze weer met z’n drieën in koor
En wast ze weer hun kleren
En ze krijgen d’r zelfs subsidie voor
Want Gods kinderen zijn rare peren









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home