Jules de Corte - Het feest dat nooit gevierd werd
Tekst en muziek: Jules de Corte
(1964)






Hoewel hij aan de stad het land had
Bewoonde hij een fluttig flatje
In het drukke hart van Hollands Randstad
Ter wille van een vaste baan
Een raam waardoor hij op de kerk keek
Zijn altijd eendere sigaretje
De vijfenveertiguurse werkweek
Gaven hem grond om op te staan



Hij had een vrouw en een tv
Die vielen allebei nog wel eens tegen
Die vielen allebei nog wel eens mee
En ’s zomers was er dan de regen
En met de rest was hij best tevree



Omdat er op zijn balkon geen wild zat
Verschafte hij zichzelf de weelde
Van twee parkietjes en een schildpad
Dat stelde verder niet veel voor
Een tafel en een paar fauteuiltjes
Een orgel waar hij nooit op speelde
’t Was allemaal niet veel beschuitjes
Maar ’t kon er toch nog wel mee door



Geen echt plezier, geen echt chagrijn
Geen echte vrede en geen echte ruzie
En heel het leven aan een vaste lijn
En ’s winters was er de illusie
Van het zal nou wel gauw wat warmer zijn



Een man die nooit iets avontuurde
Die ’s avonds dutte of de krant las
Die elke droom het bos in stuurde
Tot hij geen enkele droom meer had
Passief in elke situatie
Net levend of hij een soort plant was
Zijn dorst en honger naar sensatie
Die stilde hij met het ochtendblad



Hij had een vrouw en een tv
Op tijd te werken en op tijd te eten
Dat viel niet tegen en dat viel niet mee
En toen de maat was volgemeten
Is hij gestorven op de wc









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’60                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home