Martine Bijl - Er zijn daar geen meikevers meer
Tekst: Martine Bijl / Muziek: Reinhard Mey
(1980)






Er is weinig meer gebleven van het dorp waar ik als kind
Heb gespeeld in zon en regen, met mijn haren in de wind
Waar ik paardebloemen plukte, kwam een onbekende straat
En het karrepad was daar waar die parkeergarage staat



Hoeveel keren heb ik stiekem rijpe appeltjes gezocht
In de tuin van de pastoor, waar je als kind niet komen mocht
En niet één van al mijn vriendjes durfde doen wat ik toen deed
In het meikeverseizoen ving ik daar kevers bij de vleet



’k Ging er elke dag na schooltijd met mijn schoenendoos op uit
Boorde gaatjes in het deksel, zo beschermde ik mijn buit
En ik schudde aan de bomen en dan zocht ik in het gras
Met de mooiste resultaten, o en rijk dat ik dan was



Als ik nu nog eens op jacht ging
Was het vast de laatste keer
Er was zoveel om je heen en
Dat is allemaal verdwenen
En geen macht op deze aarde brengt het weer
Er zijn daar geen meikevers meer
Er zijn daar geen meikevers meer



En dan ging ik naar mijn vader aan het einde van zo’n dag
En ik toonde hem mijn schoenendoos vol spanning en ontzag
Want mijn vader had verhalen waarbij ik eerbiedig zweeg
Hoe je vroeger voor de kevervangst een vrije middag kreeg



Heel het dorp ging in die dagen eensgezind op keverjacht
Een beloning wachtte hem die er de meeste binnenbracht
En het aantal dat hij noemde, was zo onbevattelijk groot
Dat mijn eigen schrale buit een meer dan droeve aanblik bood



Als ik nu nog eens de helft kon vangen van wat ik toen ving
Werd ik dadelijk gekroond tot keverjagerskoningin
Maar geen meikever wil wonen in een stad van grijs beton
’k Zou al heel gelukkig zijn als ik er eentje vinden kon



Als ik nu nog eens op jacht ging
Was het vast de laatste keer
Er was zoveel om je heen en
Dat is allemaal verdwenen
En geen macht op deze aarde brengt het weer
Er zijn daar geen meikevers meer
Er zijn daar geen meikevers meer



Ach, het is allang voorbij en echt belangrijk is het niet
Maar toch schrijf ik op een berkeblad dit kleine keverlied
En de kinderen die het horen, zullen glimlachen misschien
Want ze hebben van hun leven nooit een meikever gezien



En zo zullen zij nooit weten hoe die krabbelt, graaft en bromt
Hoe die in de late schemering pas goed tot leven komt
Hoe die vliegt met zijn antennes als een waaiertje gespreid
Hoe die woont in de kastanje of in ’t groene grastapijt



Hoe die trots en glimmend rondzoemt met het zonlicht op zijn schild
Hoe die dommelt op het land dat in de zomerhitte trilt
Maar hun leven is geëindigd en voorbij hun korte uur
En we zullen ze misschien wel achterna gaan op den duur



Als ik dan nog eens op jacht ging
Was het vast de laatste keer
Er was zoveel om je heen en
Dat is allemaal verdwenen
En geen macht op deze aarde brengt het weer
Er zijn daar geen meikevers meer
Er zijn daar geen meikevers meer









<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’80                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home