De Leidse Sleuteltjes - De kippetjes van de koning
Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Paul Christiaan van Westering
(1958)






O, de kippetjes van de koning zijn zo akelig koket
Altijd ringetjes aan hun tenen en een strik op hun korset
Altijd belletjes in hun oren en een onderjurk van kant
Altijd dribbelen voor de spiegel, altijd even elegant
Altijd eten ze komkommersla en wormen met azijn
Dat is enkel en uitsluitend en alleen
Uitsluitend en alleen maar voor de lijn
En dan hebben ze zulke mooie roze lakens in hun bed
O, de kippetjes van de koning zijn zo wuft en zo koket



O, de kippetjes van de koning zijn zo weinig serieus
Altijd poetsen zij hun veren, altijd poeieren zij hun neus
Kijk, ze dansen met hun zevenen de hollekie-pollekie-dans
Met een hollekie-pollekie-buiging, op z’n hollekie-pollekie-frans
O, wat maken zij een bonje in het koninklijk kippenhok
Alles ruikt naar odeklonje, en ze willen nooit op stok
Als er een ’n eitje legt, dan wordt het dadelijk een kneus
O, de kippetjes van de koning zijn zo weinig serieus



Maar het hoen van de koster staat apart
En dat hoen is altijd in het zwart
En ze heeft het altijd over boete doen
O, wat somber, o, wat somber is dat hoen
“Zusters”, zegt zij, “jullie leven te mondein
Jullie horen braaf en nederig te zijn”
Alle kippen staan dan met het hoofd gebogen
Alle kippen hebben tranen in hun ogen
Maar wanneer dat hoen dan eindelijk vertrekt
Dan, onmiddellijk en dadelijk en direct



Gaan de kippetjes van de koning weer genoeglijk aan de zwier
En ze drinken kippetjes-cola en ze drinken kippetjes-bier
En ze dansen met hun zevenen de hollekie-pollekie-dans
Met een hollekie-pollekie-buiging, op z’n hollekie-pollekie-frans









<<   Vorige nummer                     Kinderliedjes                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home