De Leidse Sleuteltjes - De slaapwandelende vorst
Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Paul Christiaan van Westering
(1958)






In San Carazzo woont een vorst
Die wandelt in zijn slaap
Zo ’s avonds laat om een uur of elf
Dan wandelt hij uit zijn slaapgewelf
Hij kan het niet helpen, hij zegt het zelf
“Ik deed het reeds als knaap”



Hij wandelt over de wenteltrap
Hij wandelt het dak op en neer
Hij staat in de goot in zijn nachtgewaad
En iedere keer als de vorst daar staat
Dan zeggen de mensen beneden op straat
“De vorst, hij doet het alweer”



Dan doet er geen mens een oog meer dicht
Geen mens in San Carazzo
Ze staan maar te kijken, ze roepen niet: “Hee”
Dat mag niet, dat mag niet, want als je dat dee
Dan viel hij misschien wel ineens naar benee
Pardoes op het terrazzo



Gelukkig heeft hij een wijze vorstin
Die blijft dan ook altijd wakker
Ze kijkt uit het raam van de ping-pong-zaal
Daar wandelt hij weer, haar heer gemaal
Dan zegt ze: ”Het is weer de oude kwaal
Daar wandelt hij weer, de stakker”



Dan kamt zij haar lange gouden haar
Dan doet zij haar gouden peignoir an
Zij roept aan de voet van de wenteltrap
“Amandeltjesrijst met bessensap”
Dan komt hij beneden, stap voor stap
De vorst, en zegt slaperig: “Waar dan”



Hij eet een bord vol amandeltjesrijst
En dan valt hij weer in slaap
Maar eventjes mompelt de vorst dan toch
“Ik wandel ’s nachts in mijn slaap, maar och
Ik wandel op ’t dak, nou wat dan nog
Ik deed het reeds als knaap”
Als knaap









<<   Vorige nummer                     Kinderliedjes                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home