De Leidse Sleuteltjes - Dikkertje Dap
Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Paul Christiaan van Westering
(1958)






Dikkertje Dap klom op de trap
’s Morgens vroeg om kwart over zeven
Om de giraf een klontje te geven
“Dag Giraf”, zei Dikkertje Dap
“Weet je wat ik heb gekregen
Rode laarsjes voor de regen”
“’t Is toch niet waar”, zei de giraf
“Dikkertje, Dikkertje, Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf”



“O Giraf”, zei Dikkertje Dap
“’k Moet je nog veel meer vertellen
Ik kan al drie letters spellen
A b c, is dat niet knap
Ik kan ook al bijna rekenen
Ik kan mooie poppetjes tekenen”
“Lieve deugd”, zei de giraf
“Kerel, kerel, kerel, kerel, ik sta paf”



“Zeg, Giraf”, zei Dikkertje Dap
“Mag ik niet eens even bij je
Stiekem van je nek afglijen
Zo maar eventjes voor de grap
Denk je dat de grond van Artis
Als ik neerkom heel erg hard is”
“Stap maar op”, zei de giraf
“Stap maar op en glij maar af”



Dikkertje Dap klom van de trap
Met een griezelig grote stap
Op de nek van de giraf
Zette Dikkertje Dap zich af
Roetsjj, daar gleed hij met een vaartje
Tot het eindje van het staartje
Boem
“Au”
“Dag Giraf”, zei Dikkertje Dap
“Morgen kom ik toch weer hier met de trap”










<<   Vorige nummer                     Kinderliedjes                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home