De Leidse Sleuteltjes - Het kindje kangoeroe
Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Paul Christiaan van Westering
(1958)






Het kindje van een kangoeroe
Zit altijd in de zak
Zit altijd in de zak
Gezellig in de zak van moe
Zo kan het overal mee naar toe
Dat is voor het gemak
En als zij door de regen gaan
Wordt de zak met een ritssluiting dichtgedaan
Zo houden zij warme voetjes
De kangoeroetjes



Als ’t kindje kangoeroe verjaart
Dan komt er een partij
Dan komt er een partij
Met apenootjes en mokkataart
En alle moeders zitten op haar staart
En blijven er aldoor bij
De kinders zwaaien met een vlag
En gillen en schreeuwen de hele dag
Ze hebben papieren hoedjes
De kangoeroetjes



Ze eten de apenootjes op
De kindertjes kangoeroe
De kindertjes kangoeroe
En gooien elkaar met de lege dop
Totdat de moeders zeggen: “Stop, stop, stop
Je maakt je veel te moe”
De kinders huilen van verdriet
Maar ja, dat helpt nu eenmaal niet
Die arme kleine bloedjes
Van kangoeroetjes



En de volgende dag zegt moeder kangoeroe
“Wat kriebelt er toch zo
Wat kriebelt er toch zo in mijn zak
O, het zijn de apenotenschillen
Gauw de stofzuiger, gauw de stofzuiger
Ziezo, hè hè”



Dan zegt het kindje kangoeroe
“Ik vond het toch zo leuk
Ik vond het toch zo leuk
Wanneer ben ik weer jarig moe”
Maar moe zegt: “Hou je wafel toe
’k Verga nog van de jeuk
Het volgend jaar, misschien, misschien
Wel ja, we zullen heus weleens zien
Dan krijg je weer cadeautjes
Maar nooit meer apenootjes”









<<   Vorige nummer                     Kinderliedjes                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home