De Leidse Sleuteltjes - Het prinsesje Tierlantijn
Tekst: Annie M.G. Schmidt / Muziek: Paul Christiaan van Westering
(1958)






Er was eens een prinsesje en ze heette Tierlantijn
Ze was zo mooi als enkel maar prinsesjes kunnen zijn
Haar vader was een koning en haar ma was koningin
En gistermorgen waren zij zo nijdig als een spin
Wat was er dan? O jee, o jee, o jee, wat was er dan
Ze wilden, dat ze trouwen zou, al met een edelman
Het moest een echte prins zijn, of een graaf, of een baron
Het liefst een heuse koningszoon, of als ’t niet anders kon
Desnoods, desnoods een generaal van ’t koninklijke leger
Maar Tierlantijn sprak vol venijn: “Ik wil een schoorsteenveger”
“Ik wil een schoorsteenveger”



“Dat kan toch niet, dat kan toch niet”, zo riep de koningin
“Een schoorsteenveger, akkeba, dat is toch veel te min
Hier zijn drie prinsen, Tierlantijn, en allemaal zijn ze echt
Prins Diederik, Prins Roderik en ook Prins Adelbrecht
Nu mag je kiezen, Tierlantijn, wie wil je? Diederik
Hij is een goede, al is hij ook wel een beetje dik
Of wil je liever Roderik, hij heeft een lange neus
En Adelbrecht is wel wat dun en magertjes, maar heus
Hij heeft een jas van hermelijn en ondergoed van jaeger”
Maar Tierlantijn sprak vol venijn: “Ik wil een schoorsteenveger”
“Ik wil een schoorsteenveger”



“Dan is er niets meer aan te doen”, zo sprak de koningin
“Dan moet het maar, dan moet het maar, je krijgt alweer je zin”
’t Prinsesje kreeg een sluier en de bruiloft werd gevierd
En alles werd met vlaggetjes en bloemetjes versierd
Prins Diederik, prins Roderik en ook prins Adelbrecht
Die zaten hard te huilen, (maar dat komt wel weer terecht)
En alle mensen dronken wijn en aten kaviaar
De schoorsteenveger was zo blij, hij hield zoveel van haar
De koning zei: “Wat is hij zwart, hij lijkt precies een neger”
Maar Tierlantijntje danste met haar knappe schoorsteenveger
Haar knappe schoorsteenveger









<<   Vorige nummer                     Kinderliedjes                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home