Kinderen voor Kinderen - Bang, hoezo bang
(1981)




Eerlijk waar, ik wil niet bang zijn
Maar als ik in het donker lig
Hoor ik alsmaar vreemd geschuifel
Voel ’k een oog op mij gericht
Als ’k me omdraai zie ik net
De staart van een beest achter het behang
En uit de kast daar komt een zwaard
En dan ben ik toch weer bang

Eerlijk waar, ik wil niet bang zijn
Maar al die kleren op m’n stoel
Worden langzaam kleine ventjes
Eerst een paar en dan een boel
En dan hoor ik zware stappen
Plof, plof, gaat het door de gang
In de verte hoor ik klappen
En dan ben ik toch weer bang

Eerlijk waar, ik wil niet bang zijn
En ik doe ook best mijn best
Maar zodra ’k alleen in bed lig
Wordt mijn dapperheid getest
Door wel duizend gekke piepjes
Door gekraak en soms gezang
En dan weet ik dat het nep is
Maar dan ben ik toch weer bang

Mammie zegt: “Je moet niet zeuren
Je bent toch veilig bij ons thuis”
Ja, maar ’s nachts loopt in de buurt
Vaak heel onguur en raar gespuis
Want dan lees je in de krant weer
Dat er ingebroken is
Of je hoort opeens de brandweer
Nou, dan weet je: ’t is weer mis

Maar ik heb er nu wat op gevonden
Als ik nog een keer wat hoor
Kruip ik diep onder de dekens
Of doe watjes in mijn oor
Want ik heb een beer genomen
Die kan waken als ik maf
En op alle enge dingen
Stuur ’k gewoon mijn waakbeer af

’k Heb nog nooit zo goed geslapen
Zelfs alleen zijn vind ’k nou fijn
Want met waakbeer naast mijn bedje
Hoef ik nooit meer bang te zijn

’k Heb nog nooit zo goed geslapen
Zelfs alleen zijn vind ’k nou fijn
Want met waakbeer naast mijn bedje
Hoef ik nooit meer bang te zijn




Muziek: Frans Ehlhart / Tekst: Boudewijn Spitzen







<<   Vorige nummer                     Kinderen voor Kinderen                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home