Kinderen voor Kinderen - Kermis
(1986)




Als bij ons in het dorp, eind april of in mei
De winterse dufheid verdwijnt
Komen tientallen wagens voorbij in een rij
Onderweg naar ons kermisterrein
Men sjouwt en men bouwt een dag en een nacht
Op dit feest heb ik weken gewacht

Vlinders in je buik van het draaien en het tollen
Samen met je vader in de botsautootjes dollen
Handen voor je ogen in de achtbaan door de bocht
Ik zou weken kunnen zwalken op de kermis
Als dat mocht

’s Avonds laat in m’n bed met de beer die ik won
M’n pa doet de deur zachtjes dicht
Gegil van sirenes trekt me naar het balkon
In de verte de gloed van het licht
Ik herken alle geluiden en denk dan meteen:
“Morgenmiddag ga ik er weer heen”

Vlinders in je buik, als het reuzenrad omhoog gaat
Bibberig gevoel, als je weer veilig op de grond staat
Rode tong en tanden van de zuurstok die je kocht
Ik zou weken kunnen zwalken op de kermis
Als dat mocht

Een gezellige troep, die er anders nooit was
Haast iedereen komt naar het plein
Je ziet, dat het vriendje van juf van de klas
De beste bij schieten wil zijn
M’n zus stelt zich aan bij de poffertjestent
Voor een knul die ze nauwelijks kent

Vlinders in je buik, in het spookhuis keihard krijsen
Spanning of die kraan dat mooie klokje op zal hijsen
Doodnerveus m’n broer, toen ik hem kwijt was, opgezocht
Ik zou weken kunnen zwalken
Al m’n geld over de balk
En ook nog blut een poosje zwalken
Op de kermis
Als dat mocht




Muziek: Joop Stokkermans / Tekst: Piet Jan Meyboom







<<   Vorige nummer                     Kinderen voor Kinderen                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home