Kinderen voor Kinderen - Op de wip
(1982)




Ik heb een klein broertje van nog geen vier
Hij komt tot m’n navel, hij zit me tot hier
Hij komt met z’n tengeltjes overal aan
Reuze beroerd, want ik mag ’m niet slaan

En dan heb ik ook nog een ouwere zus
Zeventien jaar en allang gekust
Zij speelt de baas, zodat je wel raait
Uit welke twee hoeken de wind waait

Af en toe denk ik: Hé, verhip
Ik zit hier wel mooi op de wip
Tussen de wal - en het schip
Met een broer op m’n schoot
En een zus op m’n lip

Als m’n klein broertje van nog geen vier
Ruzie met mij maakt, zegt ma: “Hoor hier:
Eén moet de oudste, de wijste zijn:
Hou je gemak, want je broer is klein”

Ik vind het goed hoor, ik vind het bèst
Laatst kwam m’n zus weer, dat bazig nest
Ik maakte ruzie tot ma het verbood:
“Hou je gemak”, toen was zíj groot

Af en toe denk ik: Hé, verhip
Ik zit hier wel mooi op de wip
Tussen de wal - en het schip
Met een broer op m’n schoot
En een zus op m’n lip

Wie zit er ’s avonds bij pap op schoot?
M’n kleine broertje, want ik ben groot
En wie moet om négen uur binnen zijn?
’De kleine meid’, opeens ben ik klein

Wie mag er crème op haar gezicht?
Ouwere zus, zij wél, allicht
En heel soms mogen de schuifdeuren dicht
Als zij met ’r vriend op de bank ligt

Af en toe denk ik: Hé, verhip
Ik zit hier wel mooi op de wip
Tussen de wal - en het schip
Met een broer op m’n schoot
En een zus op m’n lip

Af en toe denk ik: Hé, verhip
Ik zit hier wel mooi op de wip
Tussen de wal - en het schip
Met een broer op m’n schoot
En een zus op m’n lip...




Muziek en tekst: Harry Geelen







<<   Vorige nummer                     Kinderen voor Kinderen                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home