Kinderen voor Kinderen - Ruim je kamer op
(1986)




Eens in de zoveel tijd
Voel ik al nattigheid
Dan komt mijn moeder naar boven
En altijd zegt ze dan:
“Joh, wat een zwijnepan
’t Is gewoon niet te geloven
’t Kan zo niet langer, dat is geen gezicht
Straks groeit je kamer nog helemaal dicht
’t Is smerig en vies”, maar ik weet precies
M’n spullen te vinden en waar alles ligt

Ruim je kamer op, ruim je kamer op
Zie je zelf niet wat een troep
Je hebt toch ogen in je kop
Een varkensfokkerij
Maakt niet zo’n zwijnerij als jij
Geen kast meer die sluit
Alle rommel puilt eruit
Dit is de laatste keer dat ik het zeg
Als je niet opruimt, gooi ik morgen
Eigenhandig alles weg

Pa heeft een kennis, waar-
Mee die op tennis zit
Iedere zaterdagmorgen
Dan vraagt-ie mijn moeder kwaad
Waar ze z’n spullen laat
Waar ze ze op heeft geborgen
M’n vader besteedt aan het zoeken geheid
Bij ons thuis per week wel een uur van z’n tijd
Het lijkt misschien raar, maar helaas is het waar
Als m’n moeder iets opruimt, dan ben je-n-het kwijt

Ruim je kamer op, ruim je kamer op
Zie je zelf niet wat een troep
Je hebt toch ogen in je kop
Het wordt nou toch te gek
Het komt zowat tot aan je nek
Ik waarschuw niet meer
’t Was de allerlaatste keer
Ik heb je honderdduizend keer verteld
Als je niet opruimt, dan verdwijn je
In je eigen vuilnisbelt

Ruim je kamer op, ruim je kamer op
Zie je zelf niet wat een troep
Je hebt toch ogen in je kop
Het wordt nou toch te gek
Het komt zowat tot aan je nek
Ik waarschuw niet meer
’t Was de allerlaatste keer
Ik heb je honderdduizend keer verteld
Als je niet opruimt, dan verdwijn je
In je eigen vuilnisbelt




Muziek en tekst: Robert Long







<<   Vorige nummer                     Kinderen voor Kinderen                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home