Martine Bijl - Grotemensenland
Tekst en muziek: Anne Sylvestre / Vertaling: Martine Bijl
(1972)






Toen mijn kindertijd voorbijging
Was ik stekelig en klein
Je moet dansen, je bent vijftien
Maar ik kon niet vrolijk zijn
Misschien zag men mij wel bevend
Balanceren op het koord
In de piste van het leven
Maar men hielp me met geen woord



Ik had alles willen geven
Voor een uitgestrekte hand
Voor wie mij wou leren leven
In het grote mensenland
Maar geen mens wou zich vermoeien
Voor wat ik te bieden had
Niemand zag mijn bloempje bloeien
Langs het smalle pad



Ik was niet dom of lelijk
En niet slecht of sluw
Maar ja, mijn houten koppie
Was nog wel wat ruw
Hoewel ik dapper lachte
Was ik altijd bang
Dat geen liefde mij zou wachten
En de nacht was lang



Zo verstrijken dan de jaren
En al heb je soms verdriet
Je hoeft nooit iets te verklaren
Er is niemand die het ziet
Ik werd ouder en ging leren
Niet wanhopig meer te zijn
Ach, een hart kan zich wel weren
Tegen zo’n klein beetje pijn



Ik zou alles willen geven
Voor een uitgestrekte hand
Zo verlaten is het leven
In het grotemensenland
Maar ik heb al wel bekeken
Dat de paardenbloem nog groeit
Als de roos al is bezweken
Al is uitgebloeid



Ik ben niet dom of lelijk
En niet slecht of sluw
En zelfs mijn houten koppie
Is wat minder ruw
Maar in de donkere nachten
Ben ’k nog altijd bang
Dat geen liefde mij zal wachten
Want het duurt zo lang



Ik zou alles willen geven
Voor een uitgestrekte hand
Ik zou alles willen geven
Voor een uitgestrekte hand
Ik zou alles willen geven
Voor een uitgestrekte hand
Ik zou alles willen geven
Voor een uitgestrekte hand
Ik zou alles willen geven
Voor een uitgestrekte hand
Ik zou alles willen geven










<<   Vorige nummer                     Overzicht jaren ’70                     Volgende nummer   >>




Naar boven                       Home